menu Menu

Hoe de AWRJ jongeren van begin tot eind structureel betrekt bij onderzoek

Het verbeteren van het toekomstperspectief van jongeren met complexe problemen vraagt iets wat in het jeugdhulpveld lang niet altijd vanzelf gaat: echte samenwerking. Tussen onderwijs en jeugdhulp, tussen beleid en wetenschap, maar vooral: tussen professionals en de jongeren en ouders om wie het gaat. Bij de Academische Werkplaats Risicojeugd (AWRJ) is die samenwerking geen bijzaak, maar het fundament van hun werk. Dat vertelt Eva Mulder, directeur van de organisatie.

“We werken met elkaar aan beter passende zorg en onderwijs voor jongeren die op verschillende gebieden in hun leven met problemen te maken hebben,” zegt Eva Mulder, directeur van de AWRJ. “Jongeren die soms met politie en justitie te maken krijgen, of in de jeugdzorg belanden. Onderzoek is voor ons een middel om samen te leren wat werkt.”

StroomOp Hoe de AWRJ jongeren van begin tot eind structureel betrekt bij onderzoek
curls background
De praktijk dendert door, terwijl wij verzamelen wat werkt

Onderzoek als leertraject, niet als eindproduct

Dat onderzoek ziet er anders uit dan klassieke academische trajecten. Geen afgebakende onderzoeksvraag met een rapport aan het einde, maar een dynamisch proces van ophalen, terugkoppelen en weer doorontwikkelen. Eva: “We kijken steeds: wat zijn de actuele en dringende vragen in de praktijk of van ouders en jongeren? Het zijn eigenlijk allemaal leertrajecten.”

Die vragen komen doorgaans binnen via de stuurgroep van de werkplaats, waarin gemeenten, scholen, jeugdhulpinstellingen, jongeren en ouders samen optrekken. Signalen uit het veld, nieuwe ontwikkelingen of ervaringen van jongeren kunnen aanleiding zijn voor nieuw onderzoek. Als meerdere partijen dezelfde behoefte herkennen, wordt een vraag onderwerp van een traject.

Van begin tot eind: jongeren en ouders hebben een structurele rol

Wat de werkplaats onderscheidt, is dat jongeren en ouders niet alleen meedenken, maar een structurele plek hebben in zowel de oriëntatie op een vraagstuk als in de uitvoering en evaluatie ervan. Ze zitten in de stuurgroep en projectteams, geven directe input vanuit hun ervaring en zijn soms zelfs mede-onderzoeker.

“Hun perspectief heb je gewoon echt nodig als je verder wil komen,” zegt Eva. Het vraagt voortdurende aandacht om die betrokkenheid goed te borgen. “We blijven kritisch: doen we dit goed genoeg? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle perspectieven, dus ook die van jongeren en ouders, echt tot hun recht komen?”

Dat werkt concreet door in projecten. Zo noemt Eva de ontwikkeling van gezinsgericht werken binnen de justitiële jeugdinrichtingen. Jongeren wezen er direct op dat het contact tussen instellingen en ouders vooral ontstond bij problemen, nooit bij positieve ontwikkelingen. “Dat lijkt een klein punt, maar het had grote invloed op de methode. Het is meteen aangepast.”

Ook in de ontwikkeling van kleinschalige jeugdhulpvoorzieningen spelen jongeren een belangrijke rol. Professionals dachten bijvoorbeeld dat een huis “huiselijk” was ingericht. Jongeren zeiden: “Er hangt helemaal niks persoonlijks, alleen een standaard IKEA-foto.” Het lijkt triviaal, maar zulke details gaan over je thuis voelen, en dus over hoe jeugdhulp werkt.

De rol van onderwijs: tempo’s die botsen

De transformatie van JeugdzorgPlus naar kleinschalige woonvoorzieningen brengt grote uitdagingen met zich mee. Een van de grootste is het onderwijs. “JeugdzorgPlus wordt snel afgebouwd. Kleinschalige hulp wordt opgebouwd. Maar school is heel anders georganiseerd,” zegt Eva.

Het risico is duidelijk: mooie woonvoorzieningen met jongeren die niet naar school gaan. Veel jongeren in deze trajecten hebben al langere tijd geen onderwijs gevolgd. Als passend onderwijs niet mee ontwikkelt, ontstaan er nieuwe problemen. “De praktijk dendert door terwijl wij verzamelen wat werkt. Soms is een voorziening bij wijze van spreken al dicht voordat je bevindingen kunt teruggeven.”

Om onderwijs en jeugdhulp wél in samenhang te houden, werkt de werkplaats nauw samen met initiatieven zoals StroomOP Onderwijs.

De StroomOP Monitor: leren van data én ervaring

Een concreet voorbeeld van de gezamenlijke leerbeweging is de StroomOP Monitor, ontwikkeld door de AWRJ. Deze monitor brengt de ontwikkeling van JeugdzorgPlus en de nieuwe kleinschalige voorzieningen in kaart, op basis van:

  • landelijke cijfers (zoals aantallen plaatsingen, vrijheidsbeperkende maatregelen en overplaatsingen)
  • belevingsdata van jongeren, ouders en professionals
  • bijdragen van ervaringsdeskundigen, onderzoekers en beleidsmakers

De Monitor laat zien dat het aantal jongeren in de JeugdzorgPlus de afgelopen jaren daalt: een belangrijke stap. Tegelijk blijven zorgwekkende signalen bestaan, zoals het hardnekkig hoge aantal spoedplaatsingen. Dit onderstreept hoe urgent het is dat onderwijs, jeugdhulp, gemeenten en instellingen samen blijven leren.

Juist daarom is de combinatie van cijfers en ervaringsverhalen zo belangrijk. De Monitor maakt zichtbaar wat er gebeurt, maar ook hoe het voelt – en helpt daarmee om beleid, onderwijs en hulpverlening beter op elkaar af te stemmen.

Van inzichten naar handelen

Tussen onderzoek en praktijk zit bijna altijd spanning, erkent Eva. Verschillende tempo’s, verschillende talen, verschillende logica’s. Toch ziet ze dat het wél kan. Projectleider Sanne Pronk van het monitoronderzoek over onderwijs reist langs instellingen en scholen om inzichten te delen en teams bewust te maken van wat werkt en wat niet. “We proberen steeds onderwijs en jeugdhulp samen aan tafel te krijgen,” zegt Eva. “Het moet echt samen. Je kunt niet zonder elkaar.”

Niet vanzelfsprekend

Of het nu gaat om kleinschalige voorzieningen, passende onderwijsroutes of het terugdringen van spoedplaatsingen: de stem van jongeren en ouders is geen aanvulling maar een voorwaarde. De AWRJ laat zien dat onderzoek geen afstandelijke exercitie hoeft te zijn, maar een proces waarin alle betrokkenen – jongeren, ouders, scholen, gemeenten, jeugdhulp en wetenschap – samen leren. “Je hebt elkaar nodig,” vat Eva samen. “Het klinkt vanzelfsprekend, maar het is echt zo.”

curls background

Wil jij ook een onderzoek delen?

hashtag