De eerste resultaten van een landelijk onderzoek van de Academische Werkplaats Risicojeugd liegen er niet om: passend onderwijs is voor jongeren in de JeugdzorgPlus nog lang geen vanzelfsprekendheid.
Om beter te begrijpen wat er misgaat en wat er wél werkt, is AWRJ in 2024 gestart met een landelijk onderzoek. Samen met alle JeugdzorgPlus-aanbieders en hun scholen onderzoeken Sanne Pronk (programmaleider AWRJ) en haar collega’s hoe het onderwijs is geregeld, wat jongeren daarvan vinden en wat professionals nodig hebben om goed onderwijs mogelijk te maken.
"Met alleen het afbouwen van de JeugdzorgPlus dreigt problematiek van jongeren te verschuiven naar andere plekken"
Wat is er onderzocht?
De eerste bevindingen laten zien waar het wringt: jongeren in de JeugdzorgPlus volgen vaak onderwijs dat niet aansluit bij hun niveau of mogelijkheden, schoolloopbanen worden onderbroken en de samenwerking tussen onderwijs en zorg is lang niet altijd vanzelfsprekend. Tegelijkertijd blijken er grote verschillen tussen instellingen en regio’s. Waarom lukt het op sommige plekken wél om jongeren passend onderwijs te bieden en op andere plekken niet? Door cijfers te combineren met ervaringen van jongeren, leraren en hulpverleners, bekeken de onderzoekers:
In hoeverre lukt het om passend onderwijs te bieden aan jongeren in de JeugdzorgPlus, en welke kansen en knelpunten spelen daarbij?
De onderzoekers hebben daarvoor landelijk onderzocht hoe het onderwijs voor, tijdens en na plaatsing in de JeugdzorgPlus is georganiseerd.
De belangrijkste inzichten
Veel jongeren in de JeugdzorgPlus krijgen nog geen onderwijs dat echt bij hen past. Er zijn vaak te weinig mogelijkheden om onderwijs en zorg goed te combineren. Uit het onderzoek komen een paar belangrijke punten naar voren die laten zien waar het beter kan:
Er zijn andere vormen van onderwijs en zorg nodig. De afbouw van gesloten instellingen is bedoeld om jongeren minder te isoleren, maar levert onbedoeld een onderwijsprobleem op. Jongeren met intensieve ondersteuningsbehoeften hebben nog steeds een plek nodig waar zorg én onderwijs goed geregeld zijn. Als die ontbreekt – bijvoorbeeld bij crisisopvang of tijdelijke woonlocaties zonder school – vallen zij alsnog buiten de boot.
Onderwijs moet eerder en gelijkwaardig meedenken. Besluiten over de zorg voor een jongere worden meestal eerst genomen, pas daarna wordt er gekeken naar het onderwijs. Daardoor sluit het onderwijs vaak niet goed aan. Wat helpt, is een gezamenlijke aanpak waarbij onderwijs vanaf het begin wordt meegenomen.
De samenwerking tussen scholen en hulpverleners is nog te ingewikkeld. Het is vaak niet duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Ook is het geld voor onderwijs en zorg op verschillende manieren geregeld, wat het lastig maakt om samen te werken. Duidelijke afspraken en gezamenlijke doelen zijn nodig.
Jongeren die in kleine woonlocaties verblijven, gaan soms helemaal niet meer naar school. Steeds meer jongeren worden opgevangen in kleinschalige woonvormen, zoals een huis in de wijk met begeleiding. Op zulke plekken is onderwijs vaak niet automatisch geregeld. Er is geen vaste school verbonden aan de locatie, en het is vaak onduidelijk wie het moet organiseren. Daardoor vallen jongeren soms tijdelijk buiten het onderwijs, juist als ze veel steun nodig hebben.
Scholen binnen instellingen hebben steeds minder mogelijkheden. Deze scholen worden kleiner en hebben minder personeel. Het lukt daardoor niet altijd om goed onderwijs te bieden. Soms worden jongeren weer teruggestuurd naar een gewone school, terwijl dat eerder niet werkte.
Er zijn grote verschillen tussen regio’s en instellingen. Jongeren in de ene regio krijgen meer en beter onderwijs dan in de andere. In sommige instellingen is er een volwaardig onderwijsaanbod, terwijl dat op andere plekken nauwelijks aanwezig is. Dit zorgt voor ongelijke kansen, afhankelijk van waar een jongere terechtkomt.
Deze inzichten geven handvatten om het onderwijs voor jongeren in de JeugdzorgPlus stap voor stap beter te maken – eerlijker, beter afgestemd en passend bij de plek waar zij wonen en leren.
De volgende stappen
De onderzoekers gaan in gesprek met jongeren, professionals en organisaties om samen te reflecteren op de uitkomsten. Daarnaast volgen in 2024 en 2025 verdiepende onderzoeken, bijvoorbeeld naar instellingsscholen, onderwijszorgalternatieven en goede overgangen.
Ook wordt de jaarlijkse datamonitor voortgezet en uitgebreid. Deze monitor verzamelt gegevens over onderwijstijd, schoolloopbanen en plaatsingen van jongeren in de JeugdzorgPlus. Zo ontstaat een landelijk beeld van hoe het onderwijs is georganiseerd, hoeveel onderwijs jongeren daadwerkelijk krijgen en waar regionale verschillen optreden.
Wat kun jij doen?
Op de werkvloer kun je het verschil maken. Drie dingen die jij vandaag al kunt doen:
Zie onderwijs en zorg als gelijkwaardige partners. Bespreek bij de start van een traject hoe onderwijs en zorg samen optrekken, zodat besluiten elkaar versterken in plaats van volgen.
Blijf zicht houden op het onderwijs dat jongeren écht krijgen. Vraag niet alleen óf er onderwijs is geregeld, maar ook hoeveel, op welk niveau en of het aansluit bij wat de jongere nodig heeft.
Blijf in gesprek over verantwoordelijkheden. Vraag actief wie wat doet rond onderwijs. Wacht niet tot het misgaat, maar maak het bespreekbaar in de samenwerking.
Meer weten?
Wil je verder lezen over dit onderzoek en de uitkomsten tot nu toe? Bekijk dan de projectpagina!
Ga je graag in gesprek over dit onderzoek? Neem dan contact op met: s.pronk@amsterdamumc.nl.