In een interview met de Samenwerkingsagenda Residentiële Jeugdhulp (SAR) leggen Leonieke Boendermaker en Xavier Moonen uit dat een bewezen effectieve interventie niet automatisch effectief is in de praktijk.
Geen recept uit een kookboek
Dat heeft alles te maken met wat evidence-based werken betekent. Het gaat niet om het klakkeloos volgen van een protocol, maar om het maken van goed onderbouwde keuzes. Daarbij komen steeds drie kennisbronnen samen:
- Wetenschappelijke kennis: wat uit onderzoek bekend is.
- Professionele kennis: de kennis, ervaring en richtlijnen die professionals gebruiken.
- Ervaringen van jongeren en gezinnen: kennis over hun situatie en wat voor hen belangrijk is.
Volgens Boendermaker en Moonen kun je een interventie niet benaderen als een recept uit een kookboek dat je stap voor stap volgt. De unieke ervaring van jongeren en gezinnen zorgen ervoor dat een interventie nooit een standaardrecept is. De rol van de professional is om de interventie en de ervaringen van de jongere en het gezin met elkaar te verbinden.
Er zijn een hoop interventies waarvan bekend is dat ze effectief kunnen zijn. Maar wat bij de ene jongere werkt, hoeft bij de andere niet hetzelfde effect te hebben.
Een professional moet daarom voortdurend afwegen: sluit deze aanpak aan bij deze jongere, op dit moment, in deze situatie? Want als dat niet gebeurt, kunnen bewezen interventies toch misgaan. ‘Als kinderen met ernstige problemen in een groep terechtkomen waar kinderen met lichte problemen worden behandeld, kan hun problematiek nog ernstiger worden’, legt Moonen uit als voorbeeld. ‘Daar moet je oog voor hebben.’