menu Menu

Waarom motivatie niet genoeg is: een onderzoek naar StroomOP-sessies

We onderzochten de invloed van StroomOP-sessies op de houding van deelnemers en de kansen die zij zien om in actie te komen voor jongeren. Ook waren we benieuwd: wat gebeurt er na de sessies met de bedachte oplossingen?

StroomOp Waarom motivatie niet genoeg is: een onderzoek naar StroomOP-sessies
curls background
deelnemers hebben behoefte aan versterking van hun zelfvertrouwen en duidelijkheid over hun rol

Wat hebben we onderzocht?

Misschien ben jij recent aangesloten bij een StroomOP-sessie. Misschien heb je meegedacht, een casus ingebracht of een vervolgstap voorgesteld. En misschien heb je zelfs meegewerkt aan het onderzoek dat tijdens deze sessies is uitgevoerd.

In 2025 vonden op verschillende plekken in het land StroomOP-sessies plaats, waar professionals uit onderwijs, jeugdhulp, gemeenten en andere betrokkenen bij elkaar kwamen om samen te werken aan concrete oplossingen voor vastgelopen situaties en complexe vraagstukken.

> Verslagen van de sessies lees je hier!

Maar wat leveren deze sessies nu eigenlijk op? Leiden ze alleen tot goede gesprekken en nieuwe energie – of zetten ze ook echt iets in beweging?

In samenwerking met StroomOP Onderwijs onderzocht Studio Echt de impact van StroomOP-sessies in de praktijk.

De aanpak

Het onderzoek is uitgevoerd bij twee StroomOP-sessies in 2025, met in totaal 43 deelnemers. Er is gebruikgemaakt van de Theory of Planned Behavior, een wetenschappelijk model dat verklaart waarom mensen wel of niet in actie komen.

We keken naar vier factoren:

  1. Attitude – hoe belangrijk vinden deelnemers het om te handelen?

  2. Subjectieve norm – ervaren zij steun of druk vanuit hun omgeving?

  3. Zelfeffectiviteit – voelen zij zich in staat om iets te doen?

  4. Intentie – in hoeverre zijn zij van plan om daadwerkelijk actie te ondernemen?

Aan het begin en eind van de sessies werden vragenlijsten afgenomen, om in kaart te brengen hoe die factoren door de sessie beïnvloed werden.

Daarnaast hebben we een week later gekeken of de gezamenlijk gekozen oplossingen daadwerkelijk in gang waren gezet.

Wat bleek?

De deelnemers bleken bij de start van de sessies al sterk gemotiveerd om jongeren te helpen. De intentie om in actie te komen was hoog.

Toch zagen we iets opvallends: zodra deelnemers nadachten over concrete belemmeringen – zoals tijd, verantwoordelijkheden en of de hulp wel effectief en gewenst is – bleek hun vertrouwen in het eigen handelen minder stevig.

Met andere woorden: deelnemers willen wel, maar twijfelen of het kan.

De sessies bleken de volgende invloed te hebben op de deelnemers:

  • de positieve houding ten opzichte van handelen werd versterkt;
  • de deelnemers kregen meer vertrouwen in hun eigen handelingsmogelijkheden;
  • de ervaren sociale steun veranderde minder sterk;
  • ze formuleerden meer of minder concrete vervolgstappen;
  • de intentie om in actie te komen was sterk.

Dit patroon suggereert dat de grootste meerwaarde van de sessies ligt in het versterken van zelfeffectiviteit en het concreet maken van vervolgstappen.

Van intentie naar actie

En misschien wel het belangrijkste resultaat: de sessies leidden niet alleen tot plannen, maar ook tot daadwerkelijke actie.

Een week na de sessies bleek dat voor alle gekozen oplossingsrichtingen concrete stappen waren gezet of gepland. Sommige acties waren al uitgevoerd, andere bevonden zich in ontwikkeling, maar in alle gevallen was de oplossing in gang gezet.

Wat leren we hiervan?

Dit onderzoek laat zien dat motivatie alleen niet genoeg is: deelnemers hebben behoefte aan versterking van hun zelfvertrouwen en duidelijkheid over hun rol.

StroomOP-sessies dragen hieraan bij door ontmoeting, reflectie en actie te combineren. Ze maken samenwerking concreet en helpen om de stap van intentie naar handelen te zetten.

Doorontwikkelen

Het onderzoek verheldert wat we kunnen doen om de sessies verder door te ontwikkelen en zo meer impact te maken in de praktijk:

1. Meer aandacht voor zelfeffectiviteit
We hoeven professionals niet te overtuigen van het belang van handelen. De winst zit in het versterken van het vertrouwen dat handelen ook echt mogelijk is. Dat vraagt om expliciet stilstaan bij vragen als:

  • Wat kun jij binnen jouw rol wél doen?
  • Welke belemmeringen ervaar je – en welke zijn beïnvloedbaar?
  • Wat is een haalbare eerste stap?

Door dit concreter te maken, verkleinen we de kloof tussen intentie en actie.

2. Van gezamenlijke ambitie naar individuele bijdrage
Tijdens de sessies ontstaan gezamenlijke plannen. In de sessies die hierna volgen willen we nog scherper maken wie welke vervolgstap oppakt. Niet om verantwoordelijkheid te verdelen als een taaklijst, maar om eigenaarschap voelbaar te maken. Collectieve beweging wordt sterker als iedereen weet wat ‘ie kan doen.

3. Borging en opvolging explicieter maken
De follow-up laat zien dat er beweging ontstaat. Tegelijkertijd vraagt duurzame verandering om structuur. Door al tijdens de sessie afspraken te maken over evaluatiemomenten en voortgang, vergroten we de kans dat ingezette acties worden doorgezet.

4. Jongeren waar mogelijk betrekken
Uit het onderzoek blijkt dat jongeren een belangrijk referentiepunt zijn bij twijfel over handelen. Voor volgend jaar willen we verkennen onder welke voorwaarden en in welke vorm hun directe betrokkenheid mogelijk en passend is. Hun aanwezigheid kan helpen om plannen realistischer en betekenisvoller te maken, en de impact van actie duidelijker voelbaar te maken.

Zo bouwen we voort op wat in 2025 in gang is gezet. We blijven onderzoeken wat goed werkt en waar we deelnemers nog beter kunnen ondersteunen om een verschil te maken voor jongeren!

curls background

Wil jij ook een onderzoek delen?

hashtag