Waar staan ze nu?
Onbedoeld effect
Naarmate het traject vorderde, kregen deze scholen het informele label inclusieve school. Als gevolg werden er steeds meer leerlingen uit de omgeving naar deze scholen doorverwezen, en ontstond het risico dat zij in de praktijk als speciale onderwijsvoorzieningen beschouwd zouden worden — dat was nu precies niet de bedoeling.
Het roer werd omgegooid. Het oorspronkelijke doel van één inclusieve school per wijk, werd losgelaten. De focus verschoof van individuele scholen naar de wijk, en een nieuw doel diende zich als vanzelf aan: geen enkel kind meer de wijk uit hoeven sturen.
Dit streven vraagt om samenwerking op een breder niveau, niet alleen binnen de schoolmuren maar ook juist daarbuiten: tussen scholen onderling, wijkteams, jeugdhulp, ouders en andere partners uit de wijk. Op dit moment worden er drie wijken intensief begeleid om deze nieuwe aanpak in de praktijk te brengen.
Toolbox
Door samen verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van een kind, kan er bij beginnende problemen in een vroeg stadium worden bekeken welke ondersteuning zou kunnen helpen. Daarmee kunnen onnodige uitval en verwijzingen worden voorkomen. En die samenwerking hoeft niet altijd over de hoofden van kinderen heen te gaan, vond Garage 2020. Waarom zou je kinderen niet vragen hoe zij hun klasgenootje kunnen helpen die binnenkort een rolstoel krijgt?
Om de opgedane kennis breed beschikbaar te maken, is er een toegankelijke toolbox ontwikkeld. Deze ‘inclusieve instapkit’ is bedoeld voor iedereen die aan de slag wil met inclusief onderwijs en bevat hulpmiddelen voor in de klas, op school en in de wijk.
In de toolbox vind je bijvoorbeeld een ‘co-creatie lespakket’, waarmee leerlingen zelf ideeën kunnen bedenken voor een inclusieve klas, een ‘leerlingenreis’, waarmee je onderzoekt welke behoeften er schuilgaan achter gedrag en een checklist voor een inclusief klaslokaal.